De auteur over de totstandkoming van 'Macht und Sein':
“Macht und Sein is feitelijk ontstaan tijdens de indringende discussies die ik een jaar lang in Heidelberg gevoerd heb met de legendarische Griekse historicus van het Westerse denken, Panajotis Kondylis (Olympia 1943 - Athene 1998), die in de jaren zeventig bij Dieter Henrich in Heidelberg promoveerde op een proefschrift van meer dan duizend pagina’s over het ontstaan van de dialectiek bij Hegel. Het voorwoord van dat proefschrift omvatte alleen al 300 pagina’s, die hij in de bij Klett in Stuttgart gedrukte handelsuitgave van zijn proefschrift heeft weggelaten en later verwerkt heeft tot zijn belangrijkste standaardwerk: Die Aufklärung (1981).
Toen ik na dat jaar Heidelberg verliet, zei hij: “Ich schreibe mal ein Buch für Dich als eine Art Ergebnis unserer Diskussionen.” Zeven jaar later kreeg ik zijn Macht und Entscheidung. Die Herausbildung der Weltbilder und die Wertfrage (1984) toegestuurd met de Widmung: “Meinem liebsten metaphysischen Feind!”, een knipoog naar de Freund-Feind-theorie van Carl Schmitt, omdat de bewondering voor hem ons verbond.
In tegenstelling tot zijn grote historische werken, was dit maar een klein boekje van 120 pagina’s, maar zo ongelooflijk scherp en doordacht, dat ik de eerste nog moet tegenkomen, die hier een speld tussen krijgt.
Toen ik een paar jaar later tegen Robert Spaemann - de met vier eredoctoraten gevierde bezetter van de toen belangrijkste filosofische leerstoel in München - zei dat ik dit kleine boekje van Kondylis als het beste filosofische werk beschouw dat in de twintigste eeuw geschreven is, zo compact en zo sluitend - en dat voor een historicus! - keek hij mij verwonderd aan. Hij zei het nog niet gelezen te hebben, maar zou het gaan lezen.
Toen ik hem twee jaar later weer zag, kwam hij op me af en zei: “Sie hatten recht! Auch ich könnte Ihnen nicht etwas Besseres nennen.” Kondylis’ dwingende logica heeft maar één beperking, namelijk die dat zij een fysische werkelijkheidsopvatting veronderstelt - die ik toen trouwens niet ‘fysisch’ maar ‘skeptisch’ noemde - , die op zich onbeperkt en volledig door de logica gedekt is, maar waarvoor het juist door die perfectie niet mogelijk is intellectueel ruimte te laten voor een metafysische werkelijkheidsopvatting.
En de grens van de fysica is ook de grens van de logica. Wie zegt dat hij die grens niet kan overschrijden, heeft gelijk, want wie de grens van de logica - het principium non contradictionis - overschrijdt, eindigt in het absurde. Men kan die grens niet overschrijden en tegelijk fysicus c.q. skepticus blijven. Maar niemand kan mij verplichten fysicus te blijven, vooral niet omdat mij als meta-fysicus mogelijkheden ter beschikking staan, waarvan de fysicus alleen maar kan dromen.
Om bijvoorbeeld als consequent fysisch denkende wetenschapper de menselijke vrijheid maatschappelijk te kunnen begrijpen als basis van de democratie, moet men werkelijk halsbrekende toeren uithalen, waarvan er naar mijn inschatting nog nooit één echt geslaagd is. Maar er zijn weinig fysici die daar wakker van liggen: voor hen is de menselijke vrijheid één van de vele illusies, waarvan de fysica ons bevrijdt.
Fysica en metafysica liggen dus niet achter elkaar, maar naast elkaar: ze lopen volledig parallel zonder elkaar ooit te raken, ook niet in het oneindige. En allebei zijn ze oneindig in hun mogelijkheden.
Toen ik het eerste hoofdstuk van Macht und Entscheidung in mijn Macht und Sein zin voor zin geanalyseerd had, en steeds weer tot dezelfde conclusie kwam, dat mijn redenering even sluitend was als de zijne, ofschoon ik dialectisch en hij logisch dacht, was ik werkelijk van mening dat hij - en met hem wellicht vele anderen - zich daardoor zou laten overtuigen. Dit bleek een grandioze illusie. Hij is nooit serieus op mijn argumentatie ingegaan en zijn vroege dood heeft dit voor altijd onmogelijk gemaakt. Het enige dat mij is bijgebleven, zijn zijn woorden over Macht und Sein: “Solche Bücher sollte man schreiben!” - maar hij geloofde geen syllabe van wat ik geschreven had, was mijn indruk.
Voor mij was dat het leerzaamste moment van mijn leven. Vanaf toen ben ik steeds duidelijker gaan inzien, dat het hier om twee elkaar contradictoir uitsluitende werkelijkheidsopvattingen gaat, die teruggaan op de onoverkomelijke kloof tussen Plato en Aristoteles. Omdat “de” werkelijkheid alles omvat, is er per definitie geen ruimte voor iets anders, dus voor nog een werkelijkheid. Aristoteles heeft dat onomstotelijk bewezen: van twee contradictoir tegengestelde beweringen, kan er altijd maar één op ‘de’ werkelijkheid betrekking hebben. Wie iets anders beweert, beweert iets dat logisch absurd is. Kondylis heeft dat perfect aangevoeld. En omdat ik dat toch probeerde, hield hij mijn verhaal a priori voor onzinnig, sterker nog: moest hij mijn verhaal voor onzinnig houden, zolang hij niet bereid was in plaats van fysicus metafysicus te worden.
Maar mijn op Plato teruggaande inzicht, dat de democratie zonder die logisch onmogelijke tweede werkelijkheid van de menselijke vrijheid de operationele basis mist, die haar überhaupt mogelijk maakt, omdat de menselijke vrijheid fysisch weliswaar niet mogelijk schijnt, maar metafysisch toch mogelijk is - deze tegenstelling tussen ‘zijn’ en ‘schijn’, zoals door Plato uitgewerkt in de Gelijkenis van de Grot, heeft mij uiteindelijk op het spoor gebracht van de noodzaak, dat ‘de’ werkelijkheid en daarmee ook ‘de’ waarheid altijd dubbel moet zijn, ofschoon dat logisch absurd is. Het is tegelijk de eeuwige onverzoenbaarheid van Plato en Aristoteles.
Voor mij was dat het begin van de theorie van de Dubbele Waarheid, waarmee de Geert Grote Universiteit nu haar niche in de wetenschap verovert. Want als ‘de’ werkelijkheid altijd dubbel is, dan ontkomt ook de basis van wat wetenschappelijk als objectief beschouwd wordt - hoe dan ook - niet aan die structurele dubbelheid.
Met dit inzicht begrijpt men ook beter, waarom ik de in Macht und Sein nog gehanteerde tegenstelling tussen ‘skeptisch’ en ‘metafysisch’ heb moeten vervangen door die tussen ‘fysisch’ en ‘metafysisch’. Want juist de metafysica is uitermate skeptisch ten opzichte van wat de fysica voor ‘de’ werkelijkheid houdt. Die skepsis is zelfs haar raison d’être.
Jeroen Buve
Deventer, 22 juli 2008
vonlauninstituut@geertgrote-univ.nl
Handelsuitgave van het proefschrift waarop Jeroen Buve ('s-Gravenhage 1935) op 17 januari 1989 aan de Erasmus Universiteit Rotterdam promoveerde. In dit boek wordt u meegevoerd naar de kraamkamer van de theorie van de Dubbele Waarheid. Een van de zeer weinige authentiek-filosofische werken die door een Nederlander zijn voortgebracht.
Nog enkele exemplaren zijn verkrijgbaar!
![]()

In zijn proefschrift Macht und Sein heeft Dr Jeroen Buve in 1989 een eerste bewijs geleverd voor het naast elkaar geldig zijn van rede en verstand (Vernunft und Verstand). Zijn analyse is tot op heden niet weerlegd. Vooral de directe relatie die hij legt tussen rede en democratie, geeft te denken. Buve doet een serieuze poging de begrippen ‘verstandelijkheid’ en ‘redelijkheid’ zó af te bakenen, dat de relevantie en onmiskenbaarheid van de redelijkheid in het wetenschappelijke (als standaard voor het maatschappelijke) discours, onontkoombaar wordt.
![]()
U kunt contact opnemen met dr J.D.J. Buve via vonlauninstituut@geertgrote-univ.nl
![]()
Der Autor über Macht und Sein
“Macht und Sein” entstand als Ausfluss einer einjährigen, eingehenden Diskussion, die ich mit Panajotis Kondylis (1943 - 1998) in der zweiten Hälfte der siebziger Jahren im heidelberger philosophischen Seminar erlebte. Sein “Macht und Entscheidung” war den systematisch erarbeiteten Niederschlag dieser Streitgesprächen zwischen zwei Schmittianen, die sich gegenseitig den Feind-status zugemessen wussten. Für Kondylis war ich als essenzialistischer Metaphysiker den beispielhaften Vertreter einer von ihm unwahrscheinlich scharfsinnig aber bisweilen auch leidenschaftlich bekämpften Weltanschauung. Und für mich war Kondylis den geträumten Feind, weil seine immense Gelehrsamkeit mir die Garantie gab, auch inhaltlich unschlagbar zu sein, wenn der intellektuelle Schlagabtausch sich zu meinen Gunsten gedreht haben sollte.
Es hat sich aber anders ergeben als wir beide gedacht hatten. Für Kondylis sollte Macht und Entscheidung unsere Diskussion endgültig abschliessen. Und tatsächlich hat sein Buch alles in sich, um das zu erreichen: Es ist ein perfektes Buch. Ich möchte jeden einladen es zu widerlegen: es wird ihm nicht gelingen.
Gerade das aber war für mich die ultimative Herausforderung, seine Unwiderlegbarkeit zu widerlegen. Und ich war aufrichtig der Meinung, dass mir das auch tatsächlich gelungen war. Nur: wer das nicht so empfand, war Kondylis. Er hat sich nach eigenem Sagen kaputt gelacht über meinen Versuch, ihm seine system-immanenten Grenzen zu zeigen. Ihm kam das als absurd vor. Und meine Botschaft, dass er gar keinen anderen Wahl hatte, als meine Kritik absurd zu finden - wie Aristoteles die Ideenlehre Platons - war in seine Wissenschaftsauffassung nicht einzuordnen: was logisch absurd ist, ist halt absurd. Und mein Versuch ihm klar zu machen, dass eben eine solche Absurdität, wie es auch die Möglichkeit der menschlichen Freiheit ist, überhaupt die Grundlage der Demokratie ist, ohne die sie nicht denkbar ist, hat er im Chor mit der gesammten positivistischen Wissenschaft für unsinnig gehalten. Auch wenn er heute noch gelebt hätte, wäre das Ergebnis nicht anders gewesen.
Inzwischen hat sich aber dank dieser dialogisch katastrophalen Situation eine neue Wahrheits- und Wirklichkeitsauffassung herausgebildet, die als die Theorie der Doppelten Wahrheit (veritas duplex) die wissenschaftstheoritsche Grundlage bildet der Deventer Geert Grote Universität, wie sie jetzt errichtet wird.
Dr Jeroen Buve
vonlauninstituut@geertgrote-univ.nl
Deventer, den 23. Juli 2008
Preis € 26,20 (ohne Versandkosten ausserhalb der Niederlande)
Bestellungen über Internet via www.deventeruniversitairepers.nl
STARTPAGINA
CONTACT
WINKEL
UITGAVEN DEVENTER UNIVERSITAIRE PERS
ACTA LAUNIANA
De Tempel van Delphi
Hegel Actueel/Hegels Aktualität
Natuurrecht, Cultuurrecht, Conservatisme
Etnische Zuivering in Midden-Europa
Metafysica op het Scherp van de Snede
LAUNIANA MINORA
LAUNIANA MAIORA
GEERT GROTE REEKS VOOR KRITISCHE
SPIRITUALITEIT
Ziel op de Fiets
Darwin, Liefde en God
DEVENTER KOPSTUKKEN
Terug naar de ware Lebuïnus
Contra Turrim: Geert Grote en de Kredietcrisis
OVERIGE UITGAVEN
Macht und Sein
DISCLAIMER
STARTPAGINA